We brengen wat leven in de Romershovense brouwerij ...
De Pastorij
Romelarijtje - maart 2010 - Dooie Driekus
V.Z.W. De Dorpsraad Romershoven
Copyright © 2006 Hervé Tavernier · e-mail: herve.tavernier2@pandora.be
Dooie Driekus - een volkse sprook uit het Gewest Holland
Achter de bergen - voorbij de zon -
ligt de oude burcht Tintagel,
en hierachter - voorbij de grot van Oberon -
een woud vol khmer & gagel.
En links hiervan - bij Thule rechts! -
twee dagreizen te voet nog slechts,
de Vinkeveense Plassen.
- ‘En achter dit alles - lieve mensen! - ligt het ‘Nevelwoud van Zog’, het barre toneel van deze leerzame vertelling’. -
‘Hoe lang al eet ik zwammen & belegen mos
en drink ik ranzig vocht uit duister-donk’re poelen,
hoe lang dwaal ik verdoold door dit verdoemde bos,
waarin valse prallen lispelend krioelen?’
‘De guichel en de vlerk zijn reeds vergangen.
Er rest nog kwijnend rijshout van de lork.
De vale knoert krast droevig-oude zangen
over’t verdronken land van Gork.’
‘En zompig soppend door’t slibbend, slurpend slijk,
door vochtig veen, door dras, en drek en slikken.
Mijn gang onvast door dit zo moerig land,
vol zure dampen die mij schier doen verstikken.
- ‘Ei ei, een inzinking is thàns nabij!’ -
‘Och ware ik bij moeder thuisgebleven!
Och had ik maar een eerlijk vak geleerd!
Dan werd ik niet in deze somb’re dreven
door koorts & jicht zo kommervol verteerd!’
-‘O jammer & wee!
- Jammer & wee!
- O wee!’ -
‘De veenpest tast mijn geest al aan!
Hoor toch! Hoor toch, dat verre, ijle roepen!
Wolven krijsend naar de maan?
Of de Veenheks en haar onzindelijke troepen?’
(Geritsel!, Dooie Driekus verschijnt ten tonele)
- ‘He mafkees! Alles kits?’
‘Ik ben de geest van Dooie Driekus uit het knettermooie Urk.
‘k Heb dus de son, vaàk in de Suidersee sien sakke!
Nu sit ik hier - às spook - in dit kolére-bos,
zonder haring, bal gehakt en met een keel zo droog as kurk!’
- ‘Téring man! Pleuris!’ -
‘Nou gabber, ik seg vaak bij me eige;
opzoute uit dit leipe bos van Sog!,
maar die toversnol, die sal me toch wel krijge,
en daarom dus, sit ik hier dus nog! Dus!’
‘Hé smoel niet so suf, je lijkt een fijne kloot!
Ik sal het segge, en dus seg ik het ook rond;
je bent geflipt, een maffe gozer, een malloot!,
maar ik mag je maat, as me eige kont!’
Wat mot je? Je mag iets hebbe van me eige;
een vette villa, van knallend rose graniet?,
of wil meneer, een mooie blonde meid?
En as je dat niet wilt - ja hàllo! - dan wil je dat dus niet,
dan heb ik nog een ouwe geit, die gouwe guldens schijt!’
- ‘Hatchikidéé! Je mot dus kiese. Geinig he?’ -
- ‘Ik kiezen! Een keuze maken!!!’ -
‘Vuile proleet, Hollander, plat & gierig spook,
‘k heb recht op alles wat ge zegt!
Ik heb geleden ondragelijke smarten, alsook
moeizaam myriaden mijlen afgelegd!’
‘Ik ben een god, Prometheus, Faust, in’t diepst van mijn gedachten,
‘k heb stemrecht, een sis-kaart, en moet belastingen betalen,
ik kan niet anders, dan uw minne voorstel mateloos verachten!
Ik dus wil Alles! En ik wil het Nu!’
- ‘Hoor je me!, bovenmoerdijks wangedrocht!
Ontaarde oliebol, nageboorte, apendrol!
Ik wil Alles!!!’ -
‘Dooie Driekus verdampte met een droeve zucht.
Ik stond ontredderd in het Nevelwoud van Zog.
’t Was ijs’lijk stil, er klonk nauwelijks nog gerucht,
dan het gemekker van een blonde geit, die roze schijt!
Jurjen Fennema,
Romershoven, oktober 2009

Jurjen Fennema, onze getalenteerde Romershovense verteller, stal weer een stukje van de show op de vierde editie van onze Notenwandeling.
Dit keer ging hij zijn mosterd halen in zijn eigen heimat.
Hij toverde een bizar en griezelig sprookje te voorschijn
over een man die verdwaald was in het Nevelwoud van Zog en daar de geest van Dooie Driekus tegen het lijf liep.
Men zou voor minder de Vinkeveense plassen vermijden!